Voorzorg fase 3

Zorg er voor dat de moeder actief en zelfstandig aan het geboorteproces kan meedoen. Probeer in een klimaat van een goede verstandhouding haar een goede lichamelijke positie te laten kiezen, vertrouwen te geven, haar aan te moedigen en zich emotioneel te uiten. Beperk alle medische interventies tot een strikt minimum, zoals pijnstillers, verdovingsmiddelen, verlostang, vacuumpomp, keizersnede, enzovoort. Vermijd schelle verlichting en alle emotionele-en-ademhalings stress voor het kind. Raak het kind met tederheid aan, absoluut niet bij de voeten vastpakken.Laat het zoveel mogelijk contact maken met het gezicht van de moeder. Knip de navelstreng niet eerder door voordat deze is uitgeklopt en de ademhaling opgang is gekomen . Het zou mooi zijn als de vroedvrouw of gynacoloog ook het geboortetrauma verwerkt zouden hebben.. Dit om met meer betrokkenheid en meer empathie voor moeder en kind aanwezig te kunnen zijn. Dit geldt eveneens voor de vader, vaak kan hij dit niet aan. Omdat hij niet voldoende voorbereid is op de grote emotionele lading van de situatie.