Complicaties in fase 2

De duur van deze fase kan per bevalling aanzienlijk verschillen, dit geldt ook voor de bevalling in zijn totaliteit. Wellicht kan deze fase extra onaangenaam zijn, vanwege een zeer langdurige, pathologische bevalling bijvoorbeeld als er sprake is van een te smal bekken, onvoldoende contracties, een abnormaal groot kind, een verkeerde ligging van het kind of andere complicaties. Deze fase kan echter ook extra moeilijk zijn voor moeder en kind, wanneer de moeder angstig is. Dit komt veel voor bij moeders die van hun eerste kind in verwachting zijn. Maar het kan ook zijn dat de moeder uiterst negatieve of tegenstrijdige gevoelens heeft ten aanzien van het ongeboren kind of de bevalling. Dit soort gevoelens kunnen van invloed zijn op de wisselwerking tussen de contracties en de ontsluiting van de baarmoederhals. Het kan dan bijzonder lang duren voor dat er een algehele ontsluiting plaatsvindt. Dit kan ontzettend onaangenaam en pijnlijk zijn voor moeder en kind